Kunst maken wordt nog veel duurder

Maart 2020
In deze Nieuwsbrief  bericht ik regelmatig over wat me opvalt in de wereld om me heen. Voor een groot deel is dat de kunstwereld, maar ook aanverwante onderwerpen komen aan bod: innovatie,  financiering, maatschappelijke waarde. Overal in de samenleving waar kunst van betekenis is en kan zijn.
Nieuwsbrief 14
 
Bestaat er iemand die niet aan cultuur doet?
Een opmerkelijk citaat uit een interview met de directeur van het Mondriaan Fonds:
„Er is in de kunstwereld een gedachte over wat kwaliteit is, en die kwaliteit wordt een zelfbevestigend iets. Maar als je alleen focust op de avant-garde, breng je uiteindelijk ook een verarming teweeg. Er zijn veel mensen in Nederland die zich niet aangesproken voelen door het aanbod dat wij ondersteunen. Een van de dingen waar ik de komende jaren naar wil kijken is: wat betekent kwaliteit voor iemand die in een dorp in Drenthe woont, of voor iemand die zijn oorsprong niet in Nederland heeft.”


Wie is de niet-bezoeker van kunst en cultuur? Of bestaat die eigenlijk wel? Overal waar nu subsidie-aanvragen zijn of worden geschreven, buigt men zich over het bereiken van een ‘diverser’ publiek of over het bereiken van groepen die niet als vanzelf komen. In Rotterdam zijn die groepen zelfs afgebakend en benoemd. En eigenlijk gaat het dan altijd om groepen mensen die niet naar de gesubsidieerde kunst en cultuur komen. Is dat erg? Wel vanuit het verheffingsideaal: iedereen moet kunnen genieten van en meedoen aan kunst en cultuur. Maar is de gesubsidieerde kunst en cultuur daar wel de juiste norm voor? Voor het overgrote deel is dat kunst en cultuur die hoog staat in een veronderstelde piramide van waardevolle kunst. Met kunst van hoge kwaliteit waar een kleinere groep van geniet en kunst van minder waarde voor grote groepen.
Daarbij valt een aantal opmerkingen te maken. En voor een deel volg ik daarbij een essay van David Stevenson
 over non-participatie.Natuurlijk zijn er ook echte belemmeringen voor mensen om van de kunst en cultuur te genieten die ze graag willen bezoeken: afstand, geld, tijd, niet goed weten wat te verwachten, enz. Proberen die barrières op te ruimen is altijd goed.Daarnaast is er de veronderstelling van veel kunstinstellingen dat ‘niet-bezoekers’ hun aanbod wel zullen waarderen als ze eenmaal zijn geweest. Het is de vraag of dat wel waar is. Het gaat er in ieder geval van uit dat hun kunst voor iedereen een hoge waarde heeft. En in veel gevallen bedoelen ze met die ‘iedereen’ mensen met minder middelen, een andere smaak, een andere achtergrond. Zonder hen te vragen wat voor hen een hoge culturele waarde heeft. Het eigen aanbod van de instelling staat voorop.Het is de vraag of die hiërarchie van wat goede kunst is (en die gesanctioneerd wordt met subsidies) wel echt een inclusieve manier is om naar kunst en cultuur te kijken. Zou die niet uit moeten gaan van de eigen culturele interesses en activiteiten van mensen? En zouden die niet allemaal gewaardeerd moeten worden? (Wat nog niet hetzelfde is als dat alles evenveel subsidie moet krijgen, want daarvoor kunnen andere criteria gelden zoals marktfalen, onrendabele top, enz.)Vrijwel iedereen doet iets met kunst en cultuur, al is het muziek luisteren, mode dragen, zingen, fotograferen, gamen, en nog veel meer. In de meeste gevallen zijn mensen dus niet alleen consumenten, maar ook ‘makers’, al is het in eigen huis of op de smartphone of in de eigen straat of buurt. Een tijd geleden is daarvoor de term ‘prosumer’ geïntroduceerd, mensen die zowel maken (produceren) als consumeren. Een groot deel van de bevolking (en zeker jongeren) schrijft, zing, fotografeert en is een ‘prosumer’ geworden.Dit gezichtspunt vraagt van de sector een veel bredere opvatting van kunst en cultuur dan nu gehanteerd wordt, want dan mag iedereen meepraten over wat kunst en cultuur is en wat die betekent voor uiteenlopende groepen mensen. Niet alleen diegenen die nu binnen de sector het meest gehoord worden.Het gevolg van zo’n brede opvatting is dat veel meer en andere perspectieven onderdeel worden van het begrip kunst en cultuur, wat meteen ook kansen oplevert voor meer draagvlak voor kunst en cultuur onder een groter deel van de bevolking.Dit andere perspectief vraagt ook om ander onderzoek: wat vinden mensen mooi, wat zijn hun ervaringen met schoonheid, wat is voor hen cultuur? ‘Schoonheid en betekenis achter de voordeur’ is de ondertitel van een onderzoek door Wim Burggraaf en Mieke Klaver vanuit de Haagsche Hogeschool dat dit uitgangspunt hanteert. Zij gingen uit van het dagelijks leven van bewoners van een flat in Den Haag en spraken met hen over hun vrije tijd, wat hen bezighoudt en wat zij mooi en belangrijk vinden. Activiteiten die zelden terug te vinden te zijn in de cultuurstatistieken, maar wel voldoen aan hun behoefte aan zelfexpressie, reflectie en schoonheid. Wat vervolgens de vraag oproept hoe deze beleving zich verhoudt tot onze huidige cultuursector. Zonder direct het antwoord te weten. Het boek bevat behalve verslagen en visualisaties van de gesprekken ook het verslag van twee interventies: het gezamenlijk maken van een legpuzzel en een theatrale voorstelling. Lees vooral het laatste hoofdstuk over mogelijkheden voor beleid en onderzoek.Twee conclusies vanuit mijn kant: 1. ’niet-bezoekers’ veranderen in bezoekers doe je niet structureel door hen naar je eigen aanbod te slepen, maar door naar hen toe te gaan en je te verdiepen in hun verhalen en eigen culturele praktijken. 2. De huidige kwaliteitscriteria voldoen niet meer. Het kunstwerk op zich is niet meer voldoende, maar ook de context is belangrijk, de beleving ervan en het proces van samen maken. Nog wat onbeholpen geformuleerd misschien en dus vatbaar voor verbetering.  

Wordt kunst en cultuur straks te duur?
Op 14 april 2020 vindt de tweede conferentie plaats over de arbeidsmarktagenda cultuur. Daar gaat het over arbeidsvoorwaarden, de sociale dialoog tussen werkenden en opdrachtgevers/werkgevers en over het vergroten van verdienmogelijkheden.


Nu gaat het ook buiten de cultuursector over de toekomst van de arbeidsmarkt. Eerst bracht de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) dit rapport uit: Het Betere Werk. Daarin bepleiten zij drie voorwaarden voor goed werk: grip op werk (vrijheid, inzet van je kwaliteiten en sociale relaties), grip op geld (voldoende financiële zekerheid), grip op je leven (voldoende tijd om werk te combineren met zorg en privé-leven). Technologisering, flexibilisering en intensivering hebben de kwaliteit van werk in Nederland verminderd. Nederland staat in de middenmoot in Europa als het om de kwaliteit van werk gaat. Een belangrijke aanbeveling: voorkom oneerlijke concurrentie tussen werkenden met verschillende contractvormen.


Vervolgens kwam de commissie Borstlap met het rapport In wat voor land willen wij werken. Voor een belangrijk probleem biedt dit rapport een antwoord: de enorme flexibilisering van de arbeid in Nederland, die veel hoger is dan in andere landen. Dat komt door én een enorme hoeveelheid mogelijke contractvormen (0-uren contracten, payrolling, freelancers, etc.) én een flink verschil in beloning: flexibel en zelfstandig is 30-40% goedkoper dan vaste contracten. Zeker in de economische crisis hebben alle werkgevers en opdrachtgevers, ook in de culturele en creatieve sector, daarvan flink geprofiteerd door de flexibele schil steeds verder uit te breiden met goedkoper werk. En dat blijven ze doen. Ook de platforms (zoals Uber, Thuisbezorgd etc.) en andere werkgevers met los werk (pakketbezorgers) profiteren daarvan waardoor met name jongeren en laag opgeleiden jarenlang in financiële onzekerheid verkeren. En dus niet voldoende grip op hun werk, geld en leven hebben.


En in feite geldt datzelfde voor de laagbetaalde werkers in de culturele en creatieve sector: zij werken veel meer uren dan waarvoor ze betaald worden tegen te lage tarieven en in heel veel gevallen zonder vast werk. Volgens Prijs N.O.T.K. Over ZZP’ers in de cultuursector van Kunsten’92 werkt 72% in de cultuursector als zzp’er. Volgens de Monitor Creatieve Industrie (waarin meer sectoren worden meegenomen, zoals media en ICT) wordt bijna de helft van alle banen ingevuld door een zzp’er, bijna een verdubbeling vergeleken met 10 jaar geleden!


Is de sector daarmee een voorbeeld voor de toekomst als het gaat om flexibiliteit en jobhoppen? Dat blijkt vooral een millennialmythe te zijn, de grote meerderheid van de bevolking, ook de jongeren, wil het liefst een vaste baan, volgens onderzoek van de TNO. Het is goed mogelijk dat veel makers binnen de creatieve sector daar anders over denken en heel veel prijs stellen op zelfstandigheid, maar de sector is geen voorbeeld voor de toekomst van de arbeidsmarkt. De sector groeit trouwens wel, meer dan andere maatschappelijke sectoren volgens de Monitor Creatieve Industrie. Veel van die groei komt uit de groei van het aantal eenpitters, wat vervolgens ertoe leidt dat de gemiddelde bedrijfsgrootte afneemt.
De commissie Borstlap komt met drie antwoorden op dit alles:het aantal contractvormen terugbrengen tot drie, namelijk vaste baan voor bepaalde of onbepaalde tijd, uitzendwerk en zelfstandigealle drie contractvormen even duur maken voor werkgevers en opdrachtgevers zodat zij niet meer concurreren op prijsvoor alle contractvormen een minimale vorm van sociale zekerheid invoeren (geen werk, arbeidsongeschiktheid).En dit pakket moet in samenhang worden ingevoerd, anders werkt het niet. Dat zien we nu al bij de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering: zonder een betere beloning is die voor de meeste zelfstandigen in cultuur niet te betalen.


De adder onder het gras zit hem natuurlijk bij het even duur worden van alle contractvormen: dan wordt het voor werkgevers en opdrachtgevers een stuk duurder om de huidige goedkope zzp’ers in te huren. De huidige discussie over Fair Pay zal daarbij peanuts blijken te zijn. Het rapport over meerkosten van Fair Pay dat OCW heeft laten maken is vrij beperkt in opzet en neemt veel instellingen, projecten en andere kosten niet mee. Dat schrijft ook Kunsten’92 in haar brief aan de Tweede Kamer: alleen meerjarige rijksgesubsidieerde instellingen zijn bekeken. Dat betekent dat we de meerkosten voor het grootste deel van de  sector gewoonweg niet weten. Zie ook de brief van de popsector. De motie Asscher die om onderzoek naar het totaalbeeld vraagt, is dus niet of onvoldoende uitgevoerd.
 

De minister zegt dat Fair Pay in de door het rijk gesubsidieerde instellingen gaat voor productie, oftewel er komen tot 20% minder uitvoeringen (en dus minder omzet en minder werk voor zzp’ers). De enige uitweg die de minister biedt is het verdienvermogen vergroten (het derde thema van de arbeidsmarktagenda) en daarmee de hogere kosten terugverdienen. Alleen houden werkenden en instellingen elkaar tot nu toe in een knellende houdgreep door alleen naar de overheid te kijken voor een oplossing: meer subsidie. Als het gaat om de door het rijk en de rijksfondsen gesubsidieerde instellingen hebben zij een punt. Daar is de overheid op zijn minst medeverantwoordelijk. Maar er wordt niet of nauwelijks gekeken naar wat de rest van de sector zelf kan doen: vergroten van het verdienvermogen.


Hier wreekt zich ook de versnippering van de cultuursector: het grootste probleem is te vinden bij al die kleine theater-, dans- en muziekensembles waar nauwelijks iemand in vaste dienst is en die vooral werken met zzp’ers. Voor hen kunnen de kosten met 30% stijgen volgens dat rapport over meerkosten. De grote instellingen hebben er veel minder last van, bij hen is het aandeel flexibel loon een stuk lager.
Weet iemand wat de totale inkomsten zijn van de inzet van zzp’ers in de sector? Als je daar 40% in euro’s bijtelt, weet je wat de meerkosten zijn van het evenveel betalen van zzp’ers in vergelijking met vaste werknemers. Ik vermoed dat dan het bedrag van 20 miljoen een flink aantal keren over de kop gaat. En hebben we een veel groter probleem dan nu. Tegelijk moge duidelijk zijn dat de huidige manier waarop de arbeidsmarkt nu werkt, zowel binnen als buiten de culturele en creatieve sector, niet houdbaar is voor de toekomst.


Denkend aan geld zie ik ….
Mijn LinkedIn-berichten over kunstenaars en geld trekken de meeste aandacht van allemaal. Het blijft blijkbaar een gevoelig onderwerp. Zeker als je de uitkomsten van een klein kwalitatief onderzoek presenteert waarin staat dat veel van de gesproken kunstenaars best nog wat  vaardigheden kunnen gebruiken om van meer financiële faciliteiten gebruik te maken (zoals laagrentende leningen en crowdfunding) en om een financiële planning op te stellen die verder gaat dan de beklemmende cyclus van project naar project werken. En als er dan ook iets over verschijnt in een online zakenblad….


Natuurlijk zijn er kunstenaars en creatieven die gewoon hun geld verdienen met opdrachten en subsidies. Alhoewel niemand weet hoeveel dat er echt zijn. We weten wel dat de inkomens van kunstenaars lager zijn dan gemiddeld. Is dat erg?  Op zich niet, ook met weinig geld kun je een mooi leven leiden. Maar als het je ervan weerhoudt om je doelen te bereiken, wordt het een ander verhaal. In het Europese project CreativeFLIP zijn we tools aan het ontwikkelen om in kaart te kunnen brengen wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de culturele en creatieve sector niet alleen voldoende aanbod kent aan financiële faciliteiten, maar ook de vaardigheden heeft om er gebruik van te maken. Ons idee is nu dat daarvoor op vier gebieden iets geregeld moet worden:voldoende gevarieerd aanbod aan financiële faciliteiten voor zowel de sector als geheel als voor subsectoren in verschillende fases van ontwikkeling (van makers en organisaties)‘capacity building’ waardoor makers en instellingen de vaardigheden en kennis hebben om daadwerkelijk gepast gebruik te maken van het aanbodEen matching en informatiefaciliteit omdat veel aanbieders en vragers op het gebied van financiering elkaar nu niet vinden, niet op de hoogte zijn van het aanbod en/of niet in staat om de verschillende onderdelen van de financieringsmix op een gezonde manier op elkaar af te stemmenBeleid van verschillende overheden dat ervoor zorgt dat de voorgaande drie onderdelen ontwikkeld worden en blijven en daarmee bijdragen aan een gezonde culturele en creatieve sector.Wordt vervolgd.


Kunst en zorg
Gaat het met kunst in de zorg de goede kant op? Het lijkt erop. Het WHO-overzicht van onderzoek bevestigt dat kunst in de zorg positieve effecten kan hebben. ZonMw, de onderzoeksorganisatie in de zorg, heeft een ontwikkelagenda uitgebracht voor onderzoek in de zorg en een eerste onderzoeksopdracht uitgezet naar best practices, om meer te weten te komen over wat werkt en wat niet. Het lijkt erop dat de eerste fase, die van erkenning van de positieve effecten, nu grotendeels doorlopen is. Nu is het belangrijk dat:kunst op veel meer plekken in de zorg wordt ingezetde tot nu toe incidentele gelden voor kunst in de zorg (en vaak afkomstig uit cultuurgeld ipv zorggeld) structureel worden door middel van ruimte in zorgbudgetten. Zie ook dit pleidooi van de directeur van het LKCA.onderzoek naar de effecten van kunst in de zorg op veel meer plekken wordt uitgevoerd, er onderzoeksmethoden worden ontwikkeld die passen bij hoe kunst in de zorg werkt, en dat de resultaten van het onderzoek worden ingezet om de punten 1 en 2 verder te brengen.Hoopgevend is dat mensen uit verschillende organisaties in Nederland bezig zijn om een landelijk platform op te richten om alle activiteiten en kennis rond kunst, zorg en welzijn bij elkaar te brengen.


Onderzoek naar hiphop
In de hitlijsten en streaming is hiphop in Nederland de belangrijkste stroming geworden. Zien we dat ook al terug in de aandacht hiervoor in de kunst en cultuursector en in onderzoek? Bij de onderzoeksconferentie van LKCA en Boekman ontmoette ik een paar mensen die hiermee bezig zijn. Je kunt je als onderzoeker bijna alleen in hiphop verdiepen als je er goed mee bekend bent en weet wat er speelt. Onderzoekers in hiphop zijn dus ook fans (en soms zelf ook rapper). Maar ja, gebeurt dat niet bijna overal in onderzoek? Je onderzoekt wat je interesseert en wat je nieuwsgierigheid prikkelt.
Zo is er onderzoek naar verschillende rapstijlen. Alleen al aan de toonhoogte kun je horen of een rapper aan de East of de Westcoast woont en werkt. Aan de Universiteit van Leiden wordt promotieonderzoek gedaan naar het verband tussen hiphop, online jeugdcultuur en identiteitsvorming. Dezelfde onderzoekster schreef eerder een masterscriptie over het verband tussen woonplaats en hiphopstijl en hoe lokale hiphop op zoek gaat naar authenticiteit. Ik hoop dat er meer van dit soort onderzoek komt!


Wetenschap, de toekomst en creativiteit
De Adviesraad Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) bracht onlangs een advies uit over de inzet van wetenschap om de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Interessant was vooral dat het niet alleen om technologische oplossingen gaat, maar ook om creativiteit om een samenhangend toekomstbeeld op te stellen van de toekomst van ons land. Bij de presentatie vertegenwoordigden Marleen Stikker van de Waag, Bart Ahsman van ClickNL en Netty van de Kamp van Kunstloc de creatieve wereld. Ook hier is het belangrijk dat de mogelijke rol van creativiteit bij het werken aan maatschappelijke vraagstukken wordt erkend! Zie het verslag.


Kunstenaars in bedrijven
In bedrijven zie je steeds vaker kunstenaars verschijnen. In Holland Management Review is net een artikel verschenen over de succesfactoren voor samenwerking tussen kunstenaars en organisaties. Een interessant conclusie was dat kunstenaars vooral een open kunstopvatting moeten hebben en de organisatie als hun materiaal moeten zien. Verder bleken organisaties en kunstenaars het aardig eens te zijn over wat wel en niet werkt in de samenwerking. Helaas zit het artikel achter een betaalmuur.


The art of perception
Eerst gaf ze de cursus ‘goed leren kijken’ alleen aan medici en medische studenten in de USA, nu ook aan de politie, militairen, FBI en banken. Overal waar mensen op zoek gaan naar visuele verbanden en moeten leren om hun eigen (voor)oordelen opzij te zetten. De cursus, ontwikkeld door een kunsthistoricus/jurist is nu ook in een boek te vinden: Visual Intelligence.


Mode huren
Trendsetters beweren dat we een overgang maken van het bezitten van spullen naar het hebben van toegang tot… Bijvoorbeeld deelautos, deelfietsen, licht huren in plaats van lampen. Maar het huren van kleding om je garderobe voor altijd tot in het oneindige aan te vullen, dat valt nog niet mee. In New York probeerde een vrouw vijf aanbieders uit.


Blockchain
Wat hebben creatieve makers aan blockchain? Nog niet veel, maar de mogelijkheden zijn er wel. Op deze website kun je documenten uploaden en daarmee je eigen intellectuele eigendom vastleggen in een blockchain en daarmee voor altijd bewijzen dat de ideeën in dat document van jou zijn. Dit rapport uit Australië beschrijft nog meer mogelijkheden. Het gaat meestal om het vastleggen van rechten en het verdelen van inkomsten of het verlagen van kosten door automatisering. Bij ingewikkelde betalingen aan verschillende partijen in een waardeketen, denk aan film- of muziekopbrengsten, kunnen die geautomatiseerd worden.

Het probleem bij blockchain-oplossingen is dat ze voornamelijk worden ontwikkeld door grote private partijen voor hun eigen belang. En dat is niet bepaald een garantie dat creatieve makers er voordeel bij hebben. Welke publieke organisaties gaan denken in oplossingen voor creatieve makers?


Tot slot
Klassieke muziek met impact: het Dudokkwartet ontwikkelde drie manieren om hun concerten meer impact te laten hebben. Mooie interventies die het navolgen waard zijn.

Kan theater de samenleving veranderen?

November 2019
In deze Nieuwsbrief  bericht ik regelmatig over wat me opvalt in de wereld om me heen. Voor een groot deel is dat de kunstwereld, maar ook aanverwante onderwerpen komen aan bod: innovatie,  financiering, maatschappelijke waarde. Overal in de samenleving waar kunst van betekenis is en kan zijn.
Nieuwsbrief 13
 
Nieuwsbrief 13 alweer, vast een geluksgetal! Ik krijg regelmatig als reactie dat mensen het fijn vinden om deze informatie te ontvangen, dat motiveert elke keer weer om een nieuwe aflevering samen te stellen. Ook deze keer weer mijn overzicht van kunst en onderzoek naar kunst op alle mogelijke plekken in onze samenleving!
 
Kan theater de samenleving veranderen?
In de Theaterkrant verscheen een artikel waarin het antwoord overduidelijk was: nee, dat kan theater niet. In ieder geval niet zolang er wel mooie theaterstukken worden opgevoerd tegen het neoliberalisme, maar zonder enige consequentie in de buitenwereld. Veel theater houdt zich bezig met het van alle kanten bekijken van maatschappelijke vraagstukken en levert hoogstens een moreel kompas op om naar een vraagstuk te kijken, volgens de auteur. Hij noemt het een vorm van magisch denken en hoopt dat het theater zich van deze pretentie verlost.
Daartegenover lijkt Jeffrey Meulman te staan met zijn oproep richting de theatersector om een nieuwe cultuurvisie te ontwikkelen, een waarin hij de creativiteit van de sector van groot belang acht voor de toekomst van ons land. En elkaar niet voortdurend te bekritiseren en naar beneden te halen. Want genoeg politiek en maatschappelijk draagvlak voor kunst en cultuur is er nog steeds niet.
Drie opmerkingen hierover:Je ziet de laatste jaren een grote groep kunstenaars die juist buiten de theaters aan de gang gaan om met kunstvormen verandering te weeg te brengen, ook al is het op kleine schaal. Zo pas vond ik, als min of meer toevallig voorbeeld, in mijn inbox the groep Sounds of Change die met workshops in Libanon probeert samenwerking en creativiteit in het leven van jonge mensen te brengen en daar best wat steun bij kan gebruiken. En lees hier over meer voorbeelden van kunst buiten de gebaande paden.In september gaf ik een lezing aan 2e jaars Kunst&Economie-studenten aan de HKU ter inleiding van de module over de Impact van Kunst, waarin ik voorbeelden liet zien van de maatschappelijke terreinen waarop kunstenaars actief zijn (en dat zijn er nogal wat). En ik noemde 4 manieren waarop kunst maatschappelijk relevant kan zijn: thema’s verbeelden, andere vragen stellen, nieuwe ideeën voorstellen en samenwerken aan oplossingen. In het theater kom je meestal niet verder dan de eerste twee: verbeelden en vragen stellen. Pas buiten het theater kom je verder met nieuwe ideeën en samenwerken aan oplossingen. En creëer je maatschappelijk draagvlak. Die gewenste nieuwe cultuurvisie zou daarmee gebaat zijn. En, nee, dat is geen dwang om alleen nog maar maatschappelijk relevant theater te maken, er zijn inmiddels genoeg kunstenaars die dit zelf willen.De creatieve industrie heeft, dankzij haar positie als topsector, al jarenlang ervaring met zich positioneren als sector die helpt oplossingen te vormen voor maatschappelijke vraagstukken. Ook in de nieuwste concept-versie van de Kennis en Innovatie Agenda laat de creatieve sector zien op welke manier ze daaraan bijdraagt, met een helderheid die in de kunstsector volledig ontbreekt. In de verschillende sectoranalyses van de Raad voor Cultuur worden maatschappelijke relevantie en innovatie telkens wel genoemd, maar nergens uitgewerkt.En zo is het in Nederland nog ondenkbaar dat bijvoorbeeld vanuit welzijn en zorg, en met name vanuit de kunst- en cultuurprofessionals, gereageerd wordt op cultuurnota’s van OCW of van de Raad voor Cultuur. In de UK gebeurt dit wel, hier wordt vanuit de Culture Health and Wellbeing Alliance stevig commentaar geleverd op de conceptstrategie van de Arts Council England.In de Kennis- en Innovatie Agenda Creatieve Industrie worden verschillende strategieën en methoden benoemd waarmee de creatieve sector kan bijdragen aan innovatie. Vanuit de kunstensector bestaat zo’n inventarisatie niet, laat staan een beschrijving van methoden. 

Social design bij de politie
Bij de politie zijn 7 duo’s gevormd van agenten en social designers. De ontwerpers gaan de positie-agenten helpen bij hun vraagstukken, waaronder veiligheid op straat. Tijdens de Dutch Design Week heb je ze kunnen ontmoeten. Interessant dat de politie nu ook probeert te ontdekken hoe ze hun problemen op een andere manier kunnen aanpakken.

Kunst, gezondheid en onderzoek
ZonMw is de organisatie voor onderzoek in de gezondheidszorg. Tot nu toe werd dat onderzoek ingericht volgens de zorgnormen: dubbelblind gerandomiseerd, oftewel met willekeurig ingedeelde groepen en een groep die wel behandeling krijgt en een groep die dat niet krijgt. Maar dat werkt niet zo goed als je de effecten van kunst/enaars in de zorg wilt onderzoeken. ZonMW staat nu ook open voor andere vormen van onderzoek. Er is pas een oproep gepubliceerd om bestaande kunstactiviteiten in de zorg te onderzoeken en om meer kennis te verzamen over onderzoek naar kunst in de zorg en er wordt een ontwikkelagenda gepubliceerd voor toekomstige kennisontwikkeling. Er is net ook een begeleidingscommissie geïnstalleerd om de verbinding tussen onderzoek, kunst en zorg te verstevigen.
In de UK verschijnt nu een nieuwsbrief met daarin een overzicht van lopende en afgeronde onderzoeken naar de invloed van kunst op de gezondheid, een mooi initiatief!
Op een veel grotere schaal publiceert de World Health Organization op 11 november een overzichtsrapport over onderzoek naar kunst en zorg met daarin meer dan 900 publicaties. Dat belooft wat. Sowieso bijzonder dat zo’n wereldwijd opererende organisatie hieraan aandacht besteedt. Daarmee lijkt het onderwerp kunst en gezondheid nu een drempel over te gaan naar meer vanzelfsprekende samenwerking. En ook het aantal onderzoeken groeit dagelijks: in de UK is 2 miljoen pond beschikbaar gekomen om een grootschalig onderzoek te doen naar 3 artistieke interventies (waaronder dans voor Parkinson-patiënten) in ziekenhuizen en gezondheidsklinieken. Onderdeel van het onderzoek gaat over de voorwaarden om kunst op een veel grootschaliger manier in te voeren in de landelijke gezondheidszorg.
‘Kunst op recept’ is een term die steeds vaker gebruikt wordt. In de UK wordt kunst voorgeschreven vanuit een ziekenhuis aan chronische patiënten. De kunstactiviteiten helpen hen hun focus te verleggen naar positieve activiteiten en makkelijker contact te maken met anderen in dezelfde omstandigheden. Ook in Denemarken krijgen mensen met psychische problemen de mogelijkheid om aan kunst mee te doen en het helpt om uit hun isolement te komen. Daar heet het Cultuurvitaminen.
Dichter bij huis: in een Amsterdams verpleeghuis lopen kunstenaars rond die per bewoner kijken waar deze behoefte aan heeft en komen dan met onorthodoxe oplossingen. De kunstenaars worden betaald uit zorggeld, wat nog veel te weinig voorkomt.
Een onderzoeker van schizofrenie werkt samen met een kunstenaar om de relatie tussen genen en de uitingen van schizofrenie bij mensen beter te begrijpen. Dat is haar zo goed bevallen dat ze de kracht van kunst nu ook op andere manieren inzet.

Kunst, wetenschap en innovatie
Wetenschappers en bedrijven werken graag met kunstenaars omdat die andere vragen stellen. Ook als het gaat om onderzoek naar toepassingen van zeewier. Maar ook op veel andere plekken ontstaan creatieve botsingen. Koen Snoeckx beschrijft op zijn website een aantal onverwachte resultaten, zoals een textielontwerptser die bewegingsbeperkingen zichtbaar maakt door middel van kledingontwerp. Een aantal Nederlandse lectoren stelt een onderzoeksagenda op voor kunst en wetenschap.
Het intrigerende van kunst is dat het én op een heel abstract niveau de samenleving kan uitdagen, maar ook aan de hand van dagelijkse voorwerpen onderwerpen aan de orde kan stellen en mensen met elkaar in gesprek laat gaan over verschillen. Paolo Cirio bijvoorbeeld daagt het financiële systeem uit van grootbanken en speculatie, soms op een activistische manier via burgerlijke ongehoorzaamheid, bijvoorbeeld door iedereen de identiteit van een belasting ontwijkende firma op de Kaaijman-eilanden te laten stelen en zo belastingontwijking te democratiseren. Is dat innovatie? Hij verzint telkens nieuwe manieren om een oneerlijk systeem aan de kaak te stellen. Het Stedelijk Museum Schiedam zoekt het juist in de eigen sociale omgeving: waarom ziet de een bepaalde mode-uitingen die je op straat ziet als onderdrukking en de ander ziet ze als feministisch; en hoe kun je daar het gesprek over aangaan? Ook dat is (sociale) innovatie: de onderstroom van wat speelt vangen en mensen daarop bij elkaar brengen.
De Boekmanstichting heeft net een nummer uitgebracht over kunst en innovatie wat voor een flink deel gaat over de manier waarop de sector innovatie al dan niet ondersteunt. Het is jammer dat er niet dieper op het verband tussen kunst en innovatie ingegaan wordt, al komen er mooie voorbeelden langs, gaat het over de verbinding tussen kunst en wetenschap, over verschillende manieren van werken aan innovatie en over productontwikkeling. De slotbeschouwing van Dick Rijken komt nog het meest in de buurt waar het gaat om betekenis en waarden te creëren vanuit de verbinding tussen allerlei disciplines.

Arbeidsmarkt
Het is al vaker voorbij gekomen: de positie van creatieve freelancers is slecht. Ze staan als eenlingen tegenover machtige grote uitgevers en producenten waardoor ze vrijwel geen onderhandelingsmacht hebben. En ze vormen het begin van de keten: met hun creatieve uitingen verdienen anderen veel geld.
Zo ook bij de componisten van muziek voor tv-series, reclame, games enzovoort. Zij krijgen steeds minder betaald en productiehuizen nemen via allerlei trucs hun rechten over. Fotografen en freelance journalisten hebben nu (1 november 2019) bij de rechter voor elkaar gekregen dat de huidige vergoedingen niet redelijk zijn en 50% hoger moeten. Voor het eerst gebeurt dat dankzij de al 4 jaar bestaande Wet Auteurscontractenrecht die bepaalt dat er een billijke prijs betaald moet worden, vergelijkbaar met prijzen elders op de markt, zoals bij mensen in vaste dienst. Het is mooi dat de race to the bottom hier stopt en dat er een grens wordt gesteld aan de onderhandelingsmacht van grote spelers op de markt.

Kunst in de gevangenis
Stel je voor: een gevangenis met mannen die er allemaal voor 20 jaar of langer zitten, geharde criminelen. En die wil je Shakespeare laten spelen. Het is gelukt, maar als kunstenaar in een gevangenis werken stelt heel hoge eisen aan je improvisatie- en incasseringsvermogen. In dit stuk lees je meer over verschillende vormen van kunst in gevangenissen. En zoals een gevangenisdirecteur zegt: ook al is er maar één die na de gevangenis een beter leven opbouwt, dan is het de moeite waard.

Creativiteit en innovatie in een bedrijf
Er is veel onderzoek naar innovatieprocessen, de benodigde creativiteit hiervoor en hoe die te integreren in bedrijfsprocessen die vooral gericht zijn op efficiëntie en doelgerichtheid. Er lijkt altijd een spanning te bestaan tussen creativiteit die geen grenzen wil kennen en de inkapselende neiging van een organisatie om creativiteit te begrenzen.
Nu is er een promotieonderzoek verschenen van Anna Grzelec waarin een jaar lang mensen worden gevolgd in een hightech multinational die creativiteit proberen te organiseren en waar ze dan dagelijks tegenop lopen. Een intrigerend verhaal over het organiseren van creativiteit versus creatief organiseren. Ik heb zelf nog slechts het begin gelezen, maar het lijkt me noodzakelijke literatuur voor iedereen die probeert kunstenaars en creativiteit in te brengen in grote bedrijven.

Nog wat interessante publicaties:Ook in het bedrijfsleven wordt de verbeeldende kracht van kunstenaars steeds meer gewaardeerd en ingezet. An Kramer noemt zichzelf organisatieactivist en publiceerde onlangs ‘Ben jij al activist?’. Wat moet je doen als organisatie als je echt maatschappelijke impact wil maken en je de belangrijkste vraagstukken van nu centraal wil stellen in je bedrijf? Daarvoor wordt het tijd om afscheid te nemen van oude beelden over organisaties als machines, als brein of als politiek systeem. Er zijn nieuwe metaforen nodig, zoals de organisatie als zichzelf organiserend collectief, de organisatie als improviserend spel en de organisatie als kunstwerk. Allemaal metaforen die zij illustreert met voorbeelden uit de wereld van de kunst. An Kramer gelooft heel erg in de werkmethoden van kunstenaars, zoals het werken in informele netwerken en onderzoeken en experimenteren.Social Label Works: een dubbelzinnige titel. Gaat het over de tot stand gekomen werken van Social Label of over hoe Social Label werkt? Beide uiteraard. Een dik, zwaar en prachtig uitgevoerd boek, tot stand gekomen via crowdfunding. De drijvende krachten, Simone Kramer en Petra Janssen, zetten design in om én betekenisvolle arbeid te ontwerpen voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt én om mooie producten te ontwerpen, te produceren en te verkopen, die vaak ook gebruik maken van restmaterialen. Vanuit Den Bosch werken ze inmiddels samen met meer dan 14 werkplaatsen waar prachtige producten gemaakt worden. En alles komt samen in het Werkwarenhuis, waar je kunt eten, drinken, werken, feesten én alle producten kunt kopen. Voorlopers van een nieuwe inclusieve arbeidsmarkt.Raak of Vermaak. Ik schreef al eerder over dit project van Johan Idema wat beoogt om kunst in met name musea en theater meer impact te laten hebben op bezoekers. Want we weten veel te weinig wat toeschouwers echt raak en wat hen bijblijft na een bezoek. Bij de presentatie van de publicatie en de theatermonoloog in de Balie bleken twee vragen dominant. Aan de ene kant de duidelijk gevoelde hartenkreet vanuit musea en theaters hoe dan die impact te meten en meer te doen dan alleen aantallen te bij te houden, en aan de andere kant diegenen die principieel volhielden dat impact niet te meten valt, want individueel verschillend en wellicht pas jaren later merkbaar. Bij mij blijft vooral de indruk hangen dat er veel meer kan om te bedenken wat je wilt bereiken bij de bezoeker en dat er veel meer onderzocht kan worden of en hoe dat werkt. Ik hoop dat deze campagne nog op veel plekken besproken gaat worden, geplande presentaties vind je op https://www.raakofvermaak.nl/nieuws.Het is maar zelden dat een kunstvakopleiding in een boek reflecteert op de eigen ontwikkeling (of ik kom ze niet tegen). Een intrigerend buitenbeentje vind ik Kunst en Economie van de HKU. In dit boek, Being Connected, samengesteld door (de nog immer actieve) Giep Hagoort, Rene Kooyman en Gabrielle Kuiper, vind je flink veel teksten van met name de huidige docenten en coaches over de manier waarop deze opleiding zich heeft ontwikkeld door de jaren heen. Giep Hagoort heeft als lector niet alleen aan de basis gestaan van begrippen als cultureel ondernemerschap, maar ook voortdurend gewerkt aan de verdieping ervan. Zijn opvolger Dany Jacobs heeft helaas niet de tijd van leven gekregen om een stempel te drukken op de opleiding en de huidige lector komt niet in het boek voor. Kenmerkend voor de opleiding is de voortdurende zoektocht naar verbinding met de samenleving en het ontwikkelen van onderwijsvormen die liefst nog vooruitlopen op toekomstige werkwijzen in het veld. De eindexamenexpositie vlak voor de zomer liet dat ook goed zien, zonder uitzondering lieten de afgestudeerden producten, diensten en ideeën zien die probeerden op een ontwerpende manier maatschappelijke issues aan te pakken.En dan nog dit: je zal maar zo behandeld worden in het Concertgebouw https://www.sarnamihuis.nl/siela-ardjosemito-jethoe-okt2019/
 

De ongelijke arbeidsmarkt in cultuur deel 2

  Juli 2019 – 2


Meer mogelijkheden voor tariefafspraken van zzp’ers!
 
De structurele ongelijkheid op de culturele arbeidsmarkt in een notendop: meer aanbod dan betaalde vraag en voor werkgevers en opdrachtgevers zijn zzp’ers heel veel goedkoper dan werknemers. Bovendien blijven kunstenaars en creatieven blijven maar al te graag in deze sector werken, ook al verdienen ze bijna niets. Een geweldig scenario voor een race to the bottom als het gaat om prijzen en verdiensten. En daar heeft de sector (lees: culturele instellingen en andere opdrachtgevers) ook jarenlang flink van geprofiteerd.

De tegenbeweging: de Fair Practice Code en de Arbeidsmarktagenda Culturele en Creatieve Sector. Beide richten zich op betere arbeidsomstandigheden voor de makers en één van de onderdelen daarvan is het versterken van de onderhandelingsmacht van de makers. Die onderhandelingsmacht is gering want zzp’ers mogen geen prijsafspraken maken volgens de mededingingswet, gehandhaafd door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Deze heeft net een Leidraad Tariefafspraken zzp’ers uitgebracht, althans het is nog geen definitief stuk, maar een consultatiedocument.

Gaat deze leidraad helpen om de onderhandelingsmacht van kunstenaars en creatieven te versterken? Ja en nee. Ja, omdat er meer mogelijkheden lijken voor bepaalde groepen om prijsafspraken te maken en tot een redelijk minimumuurloon te komen. Nee, omdat de structurele ongelijkheid niet verandert, hoogstens lichtelijk verzacht wordt. Maar: elke stap is er één.

Wat mag wel?

Ik behandel eerst de twee belangrijkste mogelijkheden voor de culturele en creatieve sector:
1. ‘zij-aan-zij’-werkers: freelance musici bijvoorbeeld die samen met vaste orkestleden uitvoeringen verzorgen, vindt de ACM geen zelfstandige ondernemers volgens de mededingingswet. Met als gevolg dat zij collectieve actie mogen voeren voor betere arbeidsvoorwaarden en mogen onderhandelen, ook samen met vakbonden, en (prijs)afspraken mogen vastleggen, bijvoorbeeld in een CAO. En waarom kan dat in een CAO? Omdat zij voor dit werk niet gezien worden als zelfstandige ondernemers maar gelijk gesteld aan werknemers. Datzelfde geldt dan ook voor freelance acteurs bij een gezelschap met vaste acteurs in dienst. Of tekstschrijvers die langdurig schrijven voor de redactie van een tijdschrift zij-aan-zij met vaste medewerkers. Andere activiteiten van dezelfde persoon kunnen wel vallen onder het zelfstandig ondernemerschap. Bepalend zijn dus de omstandigheden waaronder gewerkt wordt. (Deze voorbeelden heb ik overgenomen uit de Leidraad zelf, die duidelijk is geïnspireerd op de culturele en creatieve sector!). Uit het vorige punt volgt dat CAO’s bepalingen mogen bevatten over prijsafspraken en arbeidsvoorwaarden voor ZZP’ers die voor de werkzaamheden binnen die CAO geen zelfstandige ondernemer zijn. Het tegenovergestelde is ook waar: belangenorganisaties van zzp’ers mogen geen prijsafspraken maken met werkgevers en opdrachtgevers over zzp-werk dat wel valt onder zelfstandigheid.

2. Er mogen minimumprijsafspraken gemaakt worden als die bijdragen aan minimale sociale bescherming van zelfstandigen die op een andere manier niet tot stand kan komen. Voorwaarde is wel dat deze minimumprijs objectief vast te stellen is, er voldoende ruimte blijft voor concurrentie tussen zelfstandigen en deze ook ten voordeel is voor afnemers, bijvoorbeeld door een betere kwaliteit van het werk. Hoe zit dat minimum eruit? De Leidraad gaat uit van de mogelijkheid om op basis van deze uurprijzen in het evensonderhoud te voorzien bij werk in voltijd en tevens de mogelijkheid hebben om zich te kunnen verzekeren of geld te kunnen reserveren voor risico’s op verlies van werk, zoals vakantie, arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Daarbij mag een opslag gehanteerd worden voor indirecte kosten.
Dit bestaansminimum dient onderbouwd te worden via bijvoorbeeld normen van het UWV, NIBUD of beleidsdoelen van betrokken departementen en officiële regeringsstandpunten (!!!!). En hierin ligt de mogelijkheid om uit te komen boven de €16 per uur die over enkele jaren het officiële minimum lijkt te worden. Zie onderzoeken van de SER, SCP en anderen als het gaat om de beloning van kunstenaars en makers. En de beleidsdoelen van OCW voor de Arbeidsmarktagenda!

De leidraad bevat nog enkele andere mogelijkheden voor prijsafspraken: – Als je samenwerkt binnen een economische eenheid, zoals een coöperatie, VOF of maatschap, kun je ook gezamenlijke tarieven vaststellen. De coöperatie is dan de onderneming geworden en je draagt de tariefbepaling over aan de coöperatie. Prijsafspraken tussen zzp’ers mogen wel als het gaat om een klein economisch belang. Bijvoorbeeld bij een groep van acht ondernemers met maximaal een gezamenlijke omzet van €1,1 miljoen of een groep zelfstandigen met niet meer dan 10% marktaandeel. In dat laatste geval moet je duidelijk kunnen aantonen hoe je die markt omschrijft en dat marktaandeel berekent. Kortom, als de kans groot is dat je weinig invloed hebt op prijsvorming. In het eerste geval van de groep van acht ondernemers lijkt dat overeen te komen met het voorbeeld van een coöperatie.

Conclusie
De Leidraad bevestigt de mogelijkheid voor zij-aan-zij-werkers om collectieve actie te voeren én biedt de mogelijkheid om hogere minimum uurprijzen te gaan hanteren, mits dit zeer zorgvuldig en onderbouwd gebeurt. Elke stap vooruit dient aangegrepen te worden.

Tot de volgende keer!
En als je me ergens bij kunt gebruiken: joost@valuesofculture.eu. En stuur deze Nieuwsbrief door….
 
Joost Heinsius     https://www.valuesofculture.eu

Graag geef ik iemand op voor deze nieuwsbrief

Ik wil deze nieuwsbrief liever niet meer ontvangen

Bekijk deze nieuwsbrief in een browser

 

De ongelijke arbeidsmarkt in cultuur

Juli 2019
In deze Nieuwsbrief  bericht ik regelmatig over wat me opvalt in de wereld om me heen. Voor een groot deel is dat de kunstwereld, maar ook aanverwante onderwerpen komen aan bod: innovatie,  financiering, maatschappelijke waarde. Overal in de samenleving waar kunst van betekenis is en kan zijn.
Fair practice versus ongelijke arbeidsmarkt: wie wint?

We zien de laatste tijd veel aandacht voor de schamele betaling van kunstenaars, die voor het grootste deel ZZP’ers zijn. En voor de Fair Practice Code waaruit een betere betaling zou moeten voortkomen. Waarvoor vrijwel iedereen kijkt naar de overheid, want daar zou het geld voor een betere betaling vandaan moeten komen, want voorheen is de sector al zoveel gekort. Zo gaat globaal de redenering. En dus vraagt elke sector en elk fonds om meer geld van OCW om die betere betaling te realiseren.
Werd er dan voor de grote kortingen op het cultuurbudget zoveel beter betaald? Welnee, helemaal niet. Het is hoogstens nog een graadje erger geworden. Maar fundamenteel is er al die tijd niets veranderd. En zal dat ook niet zo snel gaan gebeuren. Waarom? Omdat er aan de werking van de arbeidsmarkt in de culturele sector ook niets verandert.

Meer aanbod dan vraag
Laten we even terug gaan in de tijd. In 2002 publiceerde Hans Abbing het standaardwerk: “Why are artists poor? The exceptional Economy of the Arts”. Veel mensen werden toen boos op hem omdat hij stelde dat het geven van subsidie kunstenaars arm houdt. Hoezo? De meeste kunstenaars besteden liever meer tijd aan kunst maken dan aan het verwerven van een hoger inkomen buiten de kunst (de met veel onderzoek bewezen Throsby work-preference theorie). En meer subsidie betekent meer kunstenaars die net genoeg inkomen kunnen verwerven om van te leven. Maar de redenering die daaronder ligt is veel belangrijker.
De arbeidsmarkt in de kunsten is geen gewone arbeidsmarkt. Er is namelijk altijd heel veel meer aanbod aan kunstenaars dan er betaalde vraag is naar kunst. Bovendien willen veel mensen graag het beroep kunstenaar uitoefenen, ook al verdienen zij daar weinig mee. En in een arbeidsmarkt met meer aanbod dan vraag dalen de verdiensten en de prijzen. Bovendien kent de arbeidsmarkt in de kunsten een zeer groot aandeel ZZP’ers, meer dan in vrijwel elke andere sector. Dat betekent dat de individuele onderhandelingsmacht zeer gering is: voor jou tien anderen. Lage prijzen en weinig onderhandelingsmacht zijn een succesvol recept voor een blijvend laag inkomen. Je kunt zeggen dat subsidie zorgt voor een gedeeltelijke compensatie voor het verschil tussen aanbod en betaalde vraag: subsidie zorgt voor meer betaalde vraag. Maar dat zal nooit genoeg zijn om deze ongelijke arbeidsmarkt te compenseren, gezien de aantrekkingskracht van het kunstenaarsberoep.
En ja, veel kunstenaars verdienen te weinig, zeker als het om inkomen uit kunst zelf gaat. Slechts 2% van de schrijvers kan leven van het schrijven, 7% van de componisten en het merendeel van de beeldende kunstenaars zit ver onder het minimumloon. Vergeet vooral niet dat heel veel instellingen in de cultuursector jarenlang hebben geprofiteerd van deze ongelijke marktverhoudingen door kunstenaars systematisch te weinig te betalen of voor niets te laten werken: ‘voor jou tien anderen’, ‘ het is zo goed voor je zichtbaarheid’ en ‘we hebben al zo weinig budget’. Iedereen kent de voorbeelden, de Kunstenbond heeft pas nog aardig wat gevallen verzameld.
Het probleem is echter breder. De commissie Borstlap constateert dat Nederland op twee punten flink afwijkt van de landen om ons heen: het percentage mensen met tijdelijke contracten en zelfstandigen is twee keer zo hoog als gemiddeld én het is in ons land heel veel goedkoper dan in andere landen om met zelfstandigen te werken in plaats van mensen in dienst te nemen. In Nederland werkt bijna 40% van alle werkenden op basis van tijdelijke contracten of als zelfstandige (zonder en met personeel). Op den duur zijn zulke hoge percentages niet goed voor de arbeidsproductiviteit. En daarnaast is het zo dat 40% van de zelfstandigen zich niet weet te beschermen tegen een inkomensval bij arbeidsongeschiktheid en geen pensioen opbouwt. En hoe lager het inkomen hoe hoger dat percentage, bij de laagste inkomens heeft twee derde geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. En gezien de gemiddeld lage inkomens van kunstenaars valt rustig aan te nemen dat dat bij hen het geval is.
Niet alleen de arbeidsmarkt voor kunstenaars is zeer ongelijk, de kenmerken van de Nederlandse arbeidsmarkt versterken die ongelijkheid nog verder, o.a. omdat het voor werkgevers en opdrachtgevers buitenproportioneel voordelig is om met tijdelijke arbeidscontracten en zelfstandigen te werken.

Arbeidsmarktagenda en Fair Practice Code
De Fair Practice Code wordt nu overal voortdurend aangehaald. Het is een initiatief vanuit de sector zelf dat iedereen in de sector, (werkgevers, werkenden, opdrachtnemers en opdrachtgevers) oproept om gezamenlijk te streven naar een Fair Chain waarin kunstenaars en creatieven een Fair Shareen Fair Pay krijgen van de waarde die zij toevoegen. Het is een oproep om kunstenaars en creatieven op een fatsoenlijke manier te belonen voor hun werk en waarin alle partijen samen verantwoordelijk zijn om een sterke sector te creëren. Een morele oproep die veel weerklank heeft gevonden. Het onderschrijven van de code is door de minister OCW een voorwaarde geworden voor subsidiëring in de volgende Kunstenplanperiode. Dit initiatief heeft geleid tot nieuwe honorariumrichtlijnen en veel instellingen hebben de code ondertekend. Ook het initiatief van Dorine Schoon voor een Platform voor Freelance Musici heeft veel publiciteit opgeleverd. Het gaat hier om klassieke musici die invallen in orkesten en daarvoor wel volgens een CAO betaald worden, maar met zulke lage bedragen dat ze de term Fair Pay in de verste verte niet verdienen.
De Fair Practice Code is onderdeel van de Arbeidsagenda Culturele en Creative Sector, een door OCW ondersteund traject dat loopt tot 2023. De Arbeidsagenda kent heel veel mogelijke maatregelen die vallen onder drie hoofdstukken: arbeidsvoorwaarden, sociale dialoog en versterken van verdienmogelijkheden.
De vraag is nu hoe de Fair Practice Code en de Arbeidsmarktagenda de ongelijke arbeidsmarkt voor kunst en cultuur kunnen veranderen.Morele oproepen om meer te betalen zullen voor een deel werken, en wellicht met name voor het door de overheid gesubsidieerde deel van de cultuursector, die zich aan de Fair Practice Code wil houden. Volgens de minister gaat bij gelijkblijvende subsidie betere beloning boven het aantal producties. Hoe dat gaat uitwerken is nog volstrekt onduidelijk. Het Fonds Podiumkunsten spreekt over de duivelsdriehoek tijd, geld en kwaliteit. Voorbeeld: als alle uren betaald gaan worden leidt dat tot minder productie, maar als je kiest voor minder voorbereidingsuren kan dat leiden tot minder kwaliteit. En minder productie kan leiden tot minder inkomsten. Dit gaat nog een langdurig proces worden. En wat gaat er gebeuren in het niet-gesubsidieerde deel van de cultuursector? Het zou in ieder geval helpen als fondsen aanvragen terugsturen waarin kunstenaars niet genoeg betaald krijgen.Veel zal afhangen van het onderdeel ‘Sociale dialoog’ uit de Arbeidsmarktagenda. Kunstenaars en creatieven komen beter op voor hun belangen. Gezien hun zwakke onderhandelingspositie zal dat alleen echt werken als zij zich verder gaan verenigen en samen optrekken en dat valt niet mee in een sterk geïndividualiseerde sector. Collectieve onderhandelingen door groepen zelfstandigen of door hun vertegenwoordigers, bijvoorbeeld door belangenorganisaties of vakbonden, zijn tot nu toe altijd afgewezen door de Autoriteit Consument en Markt (ACM), ook al is in 2017 een motie aangenomen in de Tweede Kamer om experimenten mogelijk te maken voor de culturele en creatieve sector. Half juli heeft de ACM een consultatiedocument gepubliceerd dat enige ruimte lijkt te gaan bieden, bijvoorbeeld voor freelance orketsmusici. Wat wel kan is je verenigen in een bepaalde markt om tegenmacht op te bouwen. Bijvoorbeeld als het merendeel van de freelance klassieke musici zich aansluit bij een platform waar iedereen elkaar op de hoogte houdt van condities en prijzen. Dat vraagt wel om het opbouwen van vertrouwen in elkaar en transparantie om verdeel-en-heers-tactieken van opdrachtgevers tegen te gaan. Naming and shaming van opdrachtgevers kan ook helpen om de situatie te veranderen hoewel het voor veel freelancers eng is om tegen de eigen opdrachtgevers op te staan. Ook Dorine Schoon van het Platform Freelance Musici was lange tijd bang dat haar activisme haar werk ging kosten. Tot nu toe lijkt dat niet het geval te zijn.Minstens zo belangrijk zijn activiteiten vanuit het ‘Versterken van het verdienvermogen’. Veel kunstenaars vinden het lastig om voor zichzelf en hun eigen toegevoegde waarde op te komen, om een duidelijke prijsberekening te maken en om te onderhandelen: ze willen te graag en zijn snel geïntimideerd door de uitspraak ‘voor jou tien anderen’. Op meerdere terreinen, ook buiten de cultuursector, actief zijn, leidt tot meer afwisseling in de inkomstenbronnen. Denk aan het werken als kunstenaar in de zorg, in de wetenschap of bij bedrijven. Een ander voorbeeld is Vouch. Een aantal mid-career beeldende kunstenaars zag hetzelfde probleem: verzamelaars kochten hun werk, maar na zo’n vijf aankopen bij dezelfde kunstenaar, willen die wel eens wat anders. Daarop bedachten ze een exclusieve kooptentoonstelling waarop alle kunstenaars hun eigen relaties uitnodigden. Omdat ze wisten wie er kwamen en wie werk kochten, konden ze elkaar provisie geven. Verzamelaar X kocht altijd eerst werk van kunstenaar Y, maar deze keer van kunstenaar Z. Kunstenaar Z betaalt een deel van de prijs aan kunstenaar Y. En zo heeft iedereen profijt. Dat vraagt veel transparantie en vertrouwen in elkaar. Naar ik begrepen heb is er zoveel verkocht tijdens Vouch dat de kunstenaars meer dan uit de kosten zijn. Een belangrijk onderdeel van het versterken van het verdienvermogen is financiering. Om te groeien zijn vaak investeringen nodig, maar veel kunstenaars die van project tot project leven en werken, hebben niet de reserves om te investeren. Om bijvoorbeeld een lening af te kunnen sluiten moet je wel een wat langere termijn planning hebben voor je uitgaven en inkomsten. Het overgrote deel van de kunstenaars heeft die echter niet. En ze missen daarvoor de vaardigheden. Dat blijkt zowel uit het onderzoek van Cultuur-Ondernemen, Hogeschool van A’dam en HKU (publicatie later dit jaar) als uit het Europese onderzoek van CreativeFLIP, waar ik ook bij betrokken ben. Om zelf je inkomenspositie te verbeteren zijn betere financiële vaardigheden nodig. En zijn er meer financiële adviseurs nodig die zowel de culturele en creatieve sector als verschillende vormen van financiering en hoe die te combineren.

Ondanks alles
Ja, bewustwording via Fair Practice kan helpen om een wat betere betaling voor de makers erdoor te krijgen. Ja, je op verschillende manieren verenigen om een vorm van tegenmacht te ontwikkelen kan zeker helpen. Betere financiële vaardigheden kunnen helpen. Maar de arbeidsmarkt zelf waarin er meer aanbod dan betaalde vraag is, verandert er niet door. Er ligt nu het voorstel voor een verplichte minimum uurprijs van 16€. Dat is mooi, hoewel veel opdrachtgevers en werkgevers wegen zullen vinden om daar onderuit te komen. En sommigen hebben het over het beperken van de toelating op kunstvakopleidingen. Maar: kunstenaar zijn is een vrij beroep. Een flink deel van de kunstenaars heeft geen kunstopleiding voltooid. Toelating beperken heeft dus wenig invloed.

Het is veel belangrijker om iets te doen aan de ongelijke positie van makers op de arbeidsmarkt en dan hebben we meer aan de aanbevelingen van de commissie Borstlap, want die gelden voor iedereen, niet alleen voor de cultuur- en creatieve sector: zorg voor een betere arbeidsrechterlijke status voor alle werkenden, ook voor zelfstandigen, oftewel beperk de afhankelijkheid en ongelijkheid door verschil in positie op de arbeidsmarkt; zorg voor betere bescherming tegen grote risico’s voor alle werkenden, want ze lopen allemaal dezelfde soort risico’s als het gaat om ziekte en arbeidsongeschikheid en beperk de verschillen in fiscale behandeling van verschillende groepen werkenden, oftewel zorg ervoor dat het grote verschil in kosten voor werkgevers tussen mensen in dienst en ZZP’ers heel veel minder wordt.Hoe deze aanbevelingen uitgewerkt gaan worden? Het is een lange termijnvraag. Maar het lijkt me een goed idee dat iedereen die streeft naar een eerlijker arbeidsmarkt in de culturele sector vanuit deze aanbevelingen vertrekt. De culturele en creatieve sector zelf zal de ongelijkheid op de arbeidsmarkt niet definitief kunnen oplossen.
 
Tot de volgende keer!
En als je me ergens bij kunt gebruiken: joost@valuesofculture.eu. En stuur deze Nieuwsbrief door….
 
Joost Heinsius