Bestaat er iemand die niet aan cultuur doet?

Een opmerkelijk citaat uit een interview met de directeur van het Mondriaan Fonds:
„Er is in de kunstwereld een gedachte over wat kwaliteit is, en die kwaliteit wordt een zelfbevestigend iets. Maar als je alleen focust op de avant-garde, breng je uiteindelijk ook een verarming teweeg. Er zijn veel mensen in Nederland die zich niet aangesproken voelen door het aanbod dat wij ondersteunen. Een van de dingen waar ik de komende jaren naar wil kijken is: wat betekent kwaliteit voor iemand die in een dorp in Drenthe woont, of voor iemand die zijn oorsprong niet in Nederland heeft.”

Wie is de niet-bezoeker van kunst en cultuur? Of bestaat die eigenlijk wel? Overal waar nu subsidie-aanvragen zijn of worden geschreven, buigt men zich over het bereiken van een ‘diverser’ publiek of over het bereiken van groepen die niet als vanzelf komen. In Rotterdam zijn die groepen zelfs afgebakend en benoemd. En eigenlijk gaat het dan altijd om groepen mensen die niet naar de gesubsidieerde kunst en cultuur komen. Is dat erg? Wel vanuit het verheffingsideaal: iedereen moet kunnen genieten van en meedoen aan kunst en cultuur. Maar is de gesubsidieerde kunst en cultuur daar wel de juiste norm voor? Voor het overgrote deel is dat kunst en cultuur die hoog staat in een veronderstelde piramide van waardevolle kunst. Met kunst van hoge kwaliteit waar een kleinere groep van geniet en kunst van minder waarde voor grote groepen.
Daarbij valt een aantal opmerkingen te maken. En voor een deel volg ik daarbij een essay van David Stevenson
over non-participatie.Natuurlijk zijn er ook echte belemmeringen voor mensen om van de kunst en cultuur te genieten die ze graag willen bezoeken: afstand, geld, tijd, niet goed weten wat te verwachten, enz. Proberen die barrières op te ruimen is altijd goed.Daarnaast is er de veronderstelling van veel kunstinstellingen dat ‘niet-bezoekers’ hun aanbod wel zullen waarderen als ze eenmaal zijn geweest. Het is de vraag of dat wel waar is. Het gaat er in ieder geval van uit dat hun kunst voor iedereen een hoge waarde heeft. En in veel gevallen bedoelen ze met die ‘iedereen’ mensen met minder middelen, een andere smaak, een andere achtergrond. Zonder hen te vragen wat voor hen een hoge culturele waarde heeft. Het eigen aanbod van de instelling staat voorop.Het is de vraag of die hiërarchie van wat goede kunst is (en die gesanctioneerd wordt met subsidies) wel echt een inclusieve manier is om naar kunst en cultuur te kijken. Zou die niet uit moeten gaan van de eigen culturele interesses en activiteiten van mensen? En zouden die niet allemaal gewaardeerd moeten worden? (Wat nog niet hetzelfde is als dat alles evenveel subsidie moet krijgen, want daarvoor kunnen andere criteria gelden zoals marktfalen, onrendabele top, enz.)Vrijwel iedereen doet iets met kunst en cultuur, al is het muziek luisteren, mode dragen, zingen, fotograferen, gamen, en nog veel meer. In de meeste gevallen zijn mensen dus niet alleen consumenten, maar ook ‘makers’, al is het in eigen huis of op de smartphone of in de eigen straat of buurt. Een tijd geleden is daarvoor de term ‘prosumer’ geïntroduceerd, mensen die zowel maken (produceren) als consumeren. Een groot deel van de bevolking (en zeker jongeren) schrijft, zing, fotografeert en is een ‘prosumer’ geworden.Dit gezichtspunt vraagt van de sector een veel bredere opvatting van kunst en cultuur dan nu gehanteerd wordt, want dan mag iedereen meepraten over wat kunst en cultuur is en wat die betekent voor uiteenlopende groepen mensen. Niet alleen diegenen die nu binnen de sector het meest gehoord worden.Het gevolg van zo’n brede opvatting is dat veel meer en andere perspectieven onderdeel worden van het begrip kunst en cultuur, wat meteen ook kansen oplevert voor meer draagvlak voor kunst en cultuur onder een groter deel van de bevolking.Dit andere perspectief vraagt ook om ander onderzoek: wat vinden mensen mooi, wat zijn hun ervaringen met schoonheid, wat is voor hen cultuur? ‘Schoonheid en betekenis achter de voordeur’ is de ondertitel van een onderzoek door Wim Burggraaf en Mieke Klaver vanuit de Haagsche Hogeschool dat dit uitgangspunt hanteert. Zij gingen uit van het dagelijks leven van bewoners van een flat in Den Haag en spraken met hen over hun vrije tijd, wat hen bezighoudt en wat zij mooi en belangrijk vinden. Activiteiten die zelden terug te vinden te zijn in de cultuurstatistieken, maar wel voldoen aan hun behoefte aan zelfexpressie, reflectie en schoonheid. Wat vervolgens de vraag oproept hoe deze beleving zich verhoudt tot onze huidige cultuursector. Zonder direct het antwoord te weten. Het boek bevat behalve verslagen en visualisaties van de gesprekken ook het verslag van twee interventies: het gezamenlijk maken van een legpuzzel en een theatrale voorstelling. Lees vooral het laatste hoofdstuk over mogelijkheden voor beleid en onderzoek.Twee conclusies vanuit mijn kant: 1. ’niet-bezoekers’ veranderen in bezoekers doe je niet structureel door hen naar je eigen aanbod te slepen, maar door naar hen toe te gaan en je te verdiepen in hun verhalen en eigen culturele praktijken. 2. De huidige kwaliteitscriteria voldoen niet meer. Het kunstwerk op zich is niet meer voldoende, maar ook de context is belangrijk, de beleving ervan en het proces van samen maken. Nog wat onbeholpen geformuleerd misschien en dus vatbaar voor verbetering.

Wordt kunst en cultuur straks te duur?
Op 14 april 2020 vindt de tweede conferentie plaats over de arbeidsmarktagenda cultuur. Daar gaat het over arbeidsvoorwaarden, de sociale dialoog tussen werkenden en opdrachtgevers/werkgevers en over het vergroten van verdienmogelijkheden.

Nu gaat het ook buiten de cultuursector over de toekomst van de arbeidsmarkt. Eerst bracht de WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) dit rapport uit: Het Betere Werk. Daarin bepleiten zij drie voorwaarden voor goed werk: grip op werk (vrijheid, inzet van je kwaliteiten en sociale relaties), grip op geld (voldoende financiële zekerheid), grip op je leven (voldoende tijd om werk te combineren met zorg en privé-leven). Technologisering, flexibilisering en intensivering hebben de kwaliteit van werk in Nederland verminderd. Nederland staat in de middenmoot in Europa als het om de kwaliteit van werk gaat. Een belangrijke aanbeveling: voorkom oneerlijke concurrentie tussen werkenden met verschillende contractvormen.

Vervolgens kwam de commissie Borstlap met het rapport In wat voor land willen wij werken. Voor een belangrijk probleem biedt dit rapport een antwoord: de enorme flexibilisering van de arbeid in Nederland, die veel hoger is dan in andere landen. Dat komt door én een enorme hoeveelheid mogelijke contractvormen (0-uren contracten, payrolling, freelancers, etc.) én een flink verschil in beloning: flexibel en zelfstandig is 30-40% goedkoper dan vaste contracten. Zeker in de economische crisis hebben alle werkgevers en opdrachtgevers, ook in de culturele en creatieve sector, daarvan flink geprofiteerd door de flexibele schil steeds verder uit te breiden met goedkoper werk. En dat blijven ze doen. Ook de platforms (zoals Uber, Thuisbezorgd etc.) en andere werkgevers met los werk (pakketbezorgers) profiteren daarvan waardoor met name jongeren en laag opgeleiden jarenlang in financiële onzekerheid verkeren. En dus niet voldoende grip op hun werk, geld en leven hebben.

En in feite geldt datzelfde voor de laagbetaalde werkers in de culturele en creatieve sector: zij werken veel meer uren dan waarvoor ze betaald worden tegen te lage tarieven en in heel veel gevallen zonder vast werk. Volgens Prijs N.O.T.K. Over ZZP’ers in de cultuursector van Kunsten’92 werkt 72% in de cultuursector als zzp’er. Volgens de Monitor Creatieve Industrie (waarin meer sectoren worden meegenomen, zoals media en ICT) wordt bijna de helft van alle banen ingevuld door een zzp’er, bijna een verdubbeling vergeleken met 10 jaar geleden!

Is de sector daarmee een voorbeeld voor de toekomst als het gaat om flexibiliteit en jobhoppen? Dat blijkt vooral een millennialmythe te zijn, de grote meerderheid van de bevolking, ook de jongeren, wil het liefst een vaste baan, volgens onderzoek van de TNO. Het is goed mogelijk dat veel makers binnen de creatieve sector daar anders over denken en heel veel prijs stellen op zelfstandigheid, maar de sector is geen voorbeeld voor de toekomst van de arbeidsmarkt. De sector groeit trouwens wel, meer dan andere maatschappelijke sectoren volgens de Monitor Creatieve Industrie. Veel van die groei komt uit de groei van het aantal eenpitters, wat vervolgens ertoe leidt dat de gemiddelde bedrijfsgrootte afneemt.
De commissie Borstlap komt met drie antwoorden op dit alles:het aantal contractvormen terugbrengen tot drie, namelijk vaste baan voor bepaalde of onbepaalde tijd, uitzendwerk en zelfstandigealle drie contractvormen even duur maken voor werkgevers en opdrachtgevers zodat zij niet meer concurreren op prijsvoor alle contractvormen een minimale vorm van sociale zekerheid invoeren (geen werk, arbeidsongeschiktheid).En dit pakket moet in samenhang worden ingevoerd, anders werkt het niet. Dat zien we nu al bij de invoering van een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering: zonder een betere beloning is die voor de meeste zelfstandigen in cultuur niet te betalen.

De adder onder het gras zit hem natuurlijk bij het even duur worden van alle contractvormen: dan wordt het voor werkgevers en opdrachtgevers een stuk duurder om de huidige goedkope zzp’ers in te huren. De huidige discussie over Fair Pay zal daarbij peanuts blijken te zijn. Het rapport over meerkosten van Fair Pay dat OCW heeft laten maken is vrij beperkt in opzet en neemt veel instellingen, projecten en andere kosten niet mee. Dat schrijft ook Kunsten’92 in haar brief aan de Tweede Kamer: alleen meerjarige rijksgesubsidieerde instellingen zijn bekeken. Dat betekent dat we de meerkosten voor het grootste deel van de sector gewoonweg niet weten. Zie ook de brief van de popsector. De motie Asscher die om onderzoek naar het totaalbeeld vraagt, is dus niet of onvoldoende uitgevoerd.

De minister zegt dat Fair Pay in de door het rijk gesubsidieerde instellingen gaat voor productie, oftewel er komen tot 20% minder uitvoeringen (en dus minder omzet en minder werk voor zzp’ers). De enige uitweg die de minister biedt is het verdienvermogen vergroten (het derde thema van de arbeidsmarktagenda) en daarmee de hogere kosten terugverdienen. Alleen houden werkenden en instellingen elkaar tot nu toe in een knellende houdgreep door alleen naar de overheid te kijken voor een oplossing: meer subsidie. Als het gaat om de door het rijk en de rijksfondsen gesubsidieerde instellingen hebben zij een punt. Daar is de overheid op zijn minst medeverantwoordelijk. Maar er wordt niet of nauwelijks gekeken naar wat de rest van de sector zelf kan doen: vergroten van het verdienvermogen.

Hier wreekt zich ook de versnippering van de cultuursector: het grootste probleem is te vinden bij al die kleine theater-, dans- en muziekensembles waar nauwelijks iemand in vaste dienst is en die vooral werken met zzp’ers. Voor hen kunnen de kosten met 30% stijgen volgens dat rapport over meerkosten. De grote instellingen hebben er veel minder last van, bij hen is het aandeel flexibel loon een stuk lager.
Weet iemand wat de totale inkomsten zijn van de inzet van zzp’ers in de sector? Als je daar 40% in euro’s bijtelt, weet je wat de meerkosten zijn van het evenveel betalen van zzp’ers in vergelijking met vaste werknemers. Ik vermoed dat dan het bedrag van 20 miljoen een flink aantal keren over de kop gaat. En hebben we een veel groter probleem dan nu. Tegelijk moge duidelijk zijn dat de huidige manier waarop de arbeidsmarkt nu werkt, zowel binnen als buiten de culturele en creatieve sector, niet houdbaar is voor de toekomst.

Denkend aan geld zie ik ….
Mijn LinkedIn-berichten over kunstenaars en geld trekken de meeste aandacht van allemaal. Het blijft blijkbaar een gevoelig onderwerp. Zeker als je de uitkomsten van een klein kwalitatief onderzoek presenteert waarin staat dat veel van de gesproken kunstenaars best nog wat  vaardigheden kunnen gebruiken om van meer financiële faciliteiten gebruik te maken (zoals laagrentende leningen en crowdfunding) en om een financiële planning op te stellen die verder gaat dan de beklemmende cyclus van project naar project werken. En als er dan ook iets over verschijnt in een online zakenblad….

Natuurlijk zijn er kunstenaars en creatieven die gewoon hun geld verdienen met opdrachten en subsidies. Alhoewel niemand weet hoeveel dat er echt zijn. We weten wel dat de inkomens van kunstenaars lager zijn dan gemiddeld. Is dat erg?  Op zich niet, ook met weinig geld kun je een mooi leven leiden. Maar als het je ervan weerhoudt om je doelen te bereiken, wordt het een ander verhaal. In het Europese project CreativeFLIP zijn we tools aan het ontwikkelen om in kaart te kunnen brengen wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de culturele en creatieve sector niet alleen voldoende aanbod kent aan financiële faciliteiten, maar ook de vaardigheden heeft om er gebruik van te maken. Ons idee is nu dat daarvoor op vier gebieden iets geregeld moet worden:voldoende gevarieerd aanbod aan financiële faciliteiten voor zowel de sector als geheel als voor subsectoren in verschillende fases van ontwikkeling (van makers en organisaties)‘capacity building’ waardoor makers en instellingen de vaardigheden en kennis hebben om daadwerkelijk gepast gebruik te maken van het aanbodEen matching en informatiefaciliteit omdat veel aanbieders en vragers op het gebied van financiering elkaar nu niet vinden, niet op de hoogte zijn van het aanbod en/of niet in staat om de verschillende onderdelen van de financieringsmix op een gezonde manier op elkaar af te stemmenBeleid van verschillende overheden dat ervoor zorgt dat de voorgaande drie onderdelen ontwikkeld worden en blijven en daarmee bijdragen aan een gezonde culturele en creatieve sector.Wordt vervolgd.

Kunst en zorg
Gaat het met kunst in de zorg de goede kant op? Het lijkt erop. Het WHO-overzicht van onderzoek bevestigt dat kunst in de zorg positieve effecten kan hebben. ZonMw, de onderzoeksorganisatie in de zorg, heeft een ontwikkelagenda uitgebracht voor onderzoek in de zorg en een eerste onderzoeksopdracht uitgezet naar best practices, om meer te weten te komen over wat werkt en wat niet. Het lijkt erop dat de eerste fase, die van erkenning van de positieve effecten, nu grotendeels doorlopen is. Nu is het belangrijk dat:kunst op veel meer plekken in de zorg wordt ingezetde tot nu toe incidentele gelden voor kunst in de zorg (en vaak afkomstig uit cultuurgeld ipv zorggeld) structureel worden door middel van ruimte in zorgbudgetten. Zie ook dit pleidooi van de directeur van het LKCA.onderzoek naar de effecten van kunst in de zorg op veel meer plekken wordt uitgevoerd, er onderzoeksmethoden worden ontwikkeld die passen bij hoe kunst in de zorg werkt, en dat de resultaten van het onderzoek worden ingezet om de punten 1 en 2 verder te brengen.Hoopgevend is dat mensen uit verschillende organisaties in Nederland bezig zijn om een landelijk platform op te richten om alle activiteiten en kennis rond kunst, zorg en welzijn bij elkaar te brengen.

Onderzoek naar hiphop
In de hitlijsten en streaming is hiphop in Nederland de belangrijkste stroming geworden. Zien we dat ook al terug in de aandacht hiervoor in de kunst en cultuursector en in onderzoek? Bij de onderzoeksconferentie van LKCA en Boekman ontmoette ik een paar mensen die hiermee bezig zijn. Je kunt je als onderzoeker bijna alleen in hiphop verdiepen als je er goed mee bekend bent en weet wat er speelt. Onderzoekers in hiphop zijn dus ook fans (en soms zelf ook rapper). Maar ja, gebeurt dat niet bijna overal in onderzoek? Je onderzoekt wat je interesseert en wat je nieuwsgierigheid prikkelt.
Zo is er onderzoek naar verschillende rapstijlen. Alleen al aan de toonhoogte kun je horen of een rapper aan de East of de Westcoast woont en werkt. Aan de Universiteit van Leiden wordt promotieonderzoek gedaan naar het verband tussen hiphop, online jeugdcultuur en identiteitsvorming. Dezelfde onderzoekster schreef eerder een masterscriptie over het verband tussen woonplaats en hiphopstijl en hoe lokale hiphop op zoek gaat naar authenticiteit. Ik hoop dat er meer van dit soort onderzoek komt!

Wetenschap, de toekomst en creativiteit
De Adviesraad Wetenschap, Technologie en Innovatie (AWTI) bracht onlangs een advies uit over de inzet van wetenschap om de belangrijkste maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. Interessant was vooral dat het niet alleen om technologische oplossingen gaat, maar ook om creativiteit om een samenhangend toekomstbeeld op te stellen van de toekomst van ons land. Bij de presentatie vertegenwoordigden Marleen Stikker van de Waag, Bart Ahsman van ClickNL en Netty van de Kamp van Kunstloc de creatieve wereld. Ook hier is het belangrijk dat de mogelijke rol van creativiteit bij het werken aan maatschappelijke vraagstukken wordt erkend! Zie het verslag.

Kunstenaars in bedrijven
In bedrijven zie je steeds vaker kunstenaars verschijnen. In Holland Management Review is net een artikel verschenen over de succesfactoren voor samenwerking tussen kunstenaars en organisaties. Een interessant conclusie was dat kunstenaars vooral een open kunstopvatting moeten hebben en de organisatie als hun materiaal moeten zien. Verder bleken organisaties en kunstenaars het aardig eens te zijn over wat wel en niet werkt in de samenwerking. Helaas zit het artikel achter een betaalmuur.

The art of perception
Eerst gaf ze de cursus ‘goed leren kijken’ alleen aan medici en medische studenten in de USA, nu ook aan de politie, militairen, FBI en banken. Overal waar mensen op zoek gaan naar visuele verbanden en moeten leren om hun eigen (voor)oordelen opzij te zetten. De cursus, ontwikkeld door een kunsthistoricus/jurist is nu ook in een boek te vinden: Visual Intelligence.

Mode huren
Trendsetters beweren dat we een overgang maken van het bezitten van spullen naar het hebben van toegang tot… Bijvoorbeeld deelautos, deelfietsen, licht huren in plaats van lampen. Maar het huren van kleding om je garderobe voor altijd tot in het oneindige aan te vullen, dat valt nog niet mee. In New York probeerde een vrouw vijf aanbieders uit.

Blockchain
Wat hebben creatieve makers aan blockchain? Nog niet veel, maar de mogelijkheden zijn er wel. Op deze website kun je documenten uploaden en daarmee je eigen intellectuele eigendom vastleggen in een blockchain en daarmee voor altijd bewijzen dat de ideeën in dat document van jou zijn. Dit rapport uit Australië beschrijft nog meer mogelijkheden. Het gaat meestal om het vastleggen van rechten en het verdelen van inkomsten of het verlagen van kosten door automatisering. Bij ingewikkelde betalingen aan verschillende partijen in een waardeketen, denk aan film- of muziekopbrengsten, kunnen die geautomatiseerd worden.

Het probleem bij blockchain-oplossingen is dat ze voornamelijk worden ontwikkeld door grote private partijen voor hun eigen belang. En dat is niet bepaald een garantie dat creatieve makers er voordeel bij hebben. Welke publieke organisaties gaan denken in oplossingen voor creatieve makers?

Tot slot
Klassieke muziek met impact: het Dudokkwartet ontwikkelde drie manieren om hun concerten meer impact te laten hebben. Mooie interventies die het navolgen waard zijn.

Maart 2020